Langs Duitse burchten over de ‘Burgenstrasse’

Langs Duitse burchten over de ‘Burgenstrasse’

Van 10 juli tot en met 17 juli reden wij de “Burgenstrasse” in Duitsland.

 

Duitsland is het autoland bij uitstek. Waar wij in Nederland de auto tot heilige koe hebben verklaard, heeft de Duitser zijn auto nog hoger in het vaandel. Het is bijna een huisdier; hij eet mee, wordt gekoesterd, bewonderd, geadoreerd, soms gestreeld, maar evengoed gaat hij er toch weer niet zachtzinnig mee om. De Duitse autobanen lenen zich in het bijzonder om dit ’huisdier’ eens flink uit te laten, kortom lekker – op z’n Hollands gezegd – ‘op z’n staart te trappen’. Nog spannender wordt het als hij op zijn route Nederlanders achterop komt, dan moet er kosten wat kost ingehaald worden, niet goedschiks dan maar kwaadschiks, dan knipoogt hij uitbundig want hij pronkt graag met zijn typische snelheidsduivel als Mercedes, Audi, Porsche en…BMW.In het laatste merk herkennen we elkaar weer en zo wordt het toch steeds weer gezellig.

Met het autorijden in de genen is het dan ook niet verwonderlijk dat Duitsland prachtige autoroutes uitgezet heeft.Veelal met een thema, zoals o.a. de Oranjeroute, de Romaanse route, de Keltenroute, de Duitse Alpenroute, de Vakwerkroute en nog heel veel meer. Zie www.germany.travel/nl.

Wij reden de ‘BURGENSTRASSE’, een route vol geschiedenis van prachtige imposante burchten en kastelen die Duitsland rijk is en die als kralen aan een koord geregen door deze route slingeren. Deze route van ongeveer 1100 km begint in Mannheim en eindigt in Praag.

Nieuwe afbeelding (2)

Een route van 1100 km in iets meer dan de week, die we er voor uitgetrokken hadden, waarin er toch op z’n  minst enkele van de meer dan 50 kastelen bezichtigd moesten worden, is zelf voor ons diehards te machtig;  we hebben dus keuzes gemaakt. Allereerst hebben we de route ingekort tot ongeveer 740 km.
Voorzien van een door het Duitse verkeersbureau uitgegeven (gratis)routekaart met een daarbij behorend  overzichtelijk boekwerkje, aan te vragen op www.burgenstrasse.de , die van plaats naar plaats en van burcht  naar burcht gaat en de daarbij aanbevolen hotels aangeeft, gingen we op pad.

Onze tweede keuze was: ‘steden vermijden’, dus zijn we onze route niet in Mannheim begonnen ondanks het  zeer bezienswaardige Keurvorstelijke Residentie slot, maar zijn we gestart in het nabijgelegen Schwetzingen.

De eerste dag in Schwetzingen. In Schwetzingen draait alles om de zomerresidentie van de keurvorsten van de Palts.Een imposant slot met indrukwekkende colonnades en een slotpark, wat doet denken aan Versailles, midden in het stadje.Prachtig onderhouden en een palet aan kleurrijke bloemen in allerlei variaties.

De stadskern tegenover het slot is aangepast aan de stijl en de grandeur van hun voorname zomergasten. We aten er op het terras van het Brauhaus. Alles bij elkaar zeker een aanrader om er een paar uur voor uit te trekken.Wij bezochten het slot niet van binnen, het was onze aanrij-dag en tijd daarvoor hadden we niet, bovendien: … er waren nog vele burchten te gaan.                                                                                                                             We sliepen in hotel ACHAT, prima hotel in het centrum, gratis parkeren achter het hotel.

Onze tweede dag was een dag met veel burchten op de route.We reden door Heidelberg, de oudste universiteitsstad van Europa met het wereldberoemde Heidelbergse slot.Inmiddels is Heidelberg een drukke zakenstad met nog wel een pittoreske kleine Altstadt, met nauwe steegjes en voor de liefhebbers een behoorlijk klim naar boven, naar het slot.Wij hebben Heidelberg vanuit ons open dak bekeken en het slot gelaten voor wat het was(we waren er al eens). Verder dus naar Neckargemünd, waar onze Z ons zorgeloos naar de hoog in de bergen liggende vesting Dilsburg bracht. Een ommuurd klein dorpje met een kronkelend stratenplan met aardige huisjes en in het midden de ruïne van slot Dilsburg. Aardig om even rond te lopen.Onderweg op onze route via Neckarsteinach torenden hoog boven het dorp de vier burchten, veelal ruïnes, die vanuit de auto prima te zien zijn, we hebben ze niet alle bezocht. We besloten in Hirschhorn, het volgende stadje, koffie te drinken op de ridderburcht Hirschhorn, die zich ook hoog boven het stadje verheft.In deze burcht zit ook een hotel met een restaurant, maar koffie was pas na half 12 te verkrijgen.Wel konden we genieten van het prachtige uitzicht en het zicht op één van de vele grote sluizen in de Neckar.In Eberbach, wat bekend staat om haar pittoreske oude stadscentrum, konden we eindelijk ons gewenste kopje koffie bestellen om daarna de route te vervolgen door het prachtige dal van de Neckar.We volgden de rivier en reden een schitterende cabrio route langs hoog opgaande beboste bergen, soms met rotspartijen, richting Hirschhorn.

Inmiddels waren ons ook de beschreven bruine bordjes met “Burgenstrasse” opgevallen, maar helaas waren ze op cruciale punten niet aanwezig en moesten we het zelf maar uitzoeken. De bordjes waren kennelijk slechts bedoeld ter bevestiging van de goede weg.

Mosbach was de volgende stop. Een werkelijk schitterend vakwerkstadje wat zeker de moeite van het even parkeren waard was.Hotel restaurant burg Hornberg was de volgende bezienswaardigheid in de route.Via de weg ‘durch das Wald’ kwamen we voor de slotpoort, waar met goede stuurmanskunst de Z net doorheen kon. Zo konden we, heel decadent, parkeren op de binnenplaats, dat had ook wel wat.Onze moeite werd ruimschoots beloond door een lunch te genieten op een prachtig terras met uitzicht hoog boven de Neckar, ook weer een aanrader.(de weg naar beneden door de wijngaarden is beduidend korter en gemakkelijker).De burchten Gundelsheim en Guttenberg, konden we op onze route ruimschoots vanuit de auto bekijken, dus geen stops meer. Voor Slot Heinsheim zijn we even rond gereden, aardig , maar niet noodzakelijk.         Het slot van Neckarbisschofsheim hebben we vanwege een omleiding gemist en Sinsheim is weer een tamelijk grote stad, zodat we die gemeden hebben. Verder dus naar Bad Wimpfen waar we Quality Hotel am Rosengarten met een bezoek vereerden.Prima hotel, op loopafstand van de prachtig historische Altstadt. Parkeren in de Tiefgarage (€7.-) De route vandaag was een lange, 174 km.

De derde dag en te veel kilometers gemaakt, 245!! Dat was nou ook weer niet de bedoeling en vraagt om enige uitleg.We zijn gestart in Bad Wimphen, met nog een laatste blik op het prachtige vestingstadje hoog op een berg. Bad Friederichshal, een aardig dorpje maar geen aanleiding om te stoppen en dus langs een doorsteek door naar Weinsberg om de stad Heilbronn te vermijden. Onze volgende stop op de route was het Slot Neuenstein, een zeer imposant bouwwerk waar we voor het eerst de moeite genomen hebben om zo’n slot eens van binnen te bekijken. Omdat we niet van lange verhalen van een gids houden, met jaartallen die we buiten gekomen toch weer vergeten zijn, gingen we eigenwijs zelf op pad door dit geweldig mooi ingerichte zeer interessante slot.Dat was niet de bedoeling en al snel door de gids ingehaald, moesten we ons voegen in het ‘klasje’. Dat leek ons niets, dus hebben we met onze eigen instemming en die van de gids door de zijdeur het ‘pand’ verlaten. Ondertussen had ik wel enige – verboden – foto’s kunnen maken. Neemt niet weg dat een bezoek aan dit prachtige slot nadrukkelijk een aanrader is. In Waldenburg boven op een berg en al van verre te zien bleek de plaatselijke tandarts van het slot bezit genomen te hebben en konden we alleen de binnenplaats bezichtigen.

Voor de lunch was Schwäbisch Hall onze volgende pleisterplaats. We zaten op het historische marktplein met de beroemde trappen waar elk jaar een maand lang elke avond een theatervoorstelling wordt gegeven. We zijn er nooit bij geweest maar het moet een wonder zijn dat tijdens de voorstelling nog nooit een artiest naar beneden is gevallen, of toch wel ??

Verder maar weer naar Kirchberg aan der Jagst, het grote privébezit (en dat was te zien aangezien het ook wel een beetje aan onderhoud toe is) en tevens de voormalige residentie van de familie Hohenlohe. De alom geprezen prachtige ridderzaal was bezet; we konden er dus niet in. Bij Rothenburg ob der Tauber zijn we de ene poort binnen gereden en tussen de vele toeristen door, de volgende poort er weer uit. Een mogelijkheid om binnen de muren te parkeren was er niet en ach, we waren er al vele malen.

Colmberg was de volgende stop met weer een schitterend slot boven op een berg. Het is inmiddels een hotel waar we overwogen hebben er te gaan slapen. Daarvoor was het nog te vroeg en we besloten een stukje van de route verder te rijden. Achteraf bezien was dit het enige mooie hotel in de wijde omgeving; daarna begon het – verbeten – zoeken. Onze reis slingerde ons door goudgele onafzienbare graanvelden, door bossen, door prachtige vakwerkdorpjes en stadjes maar geen hotel meer te vinden.

Ansberg dan maar, het enige redelijke hotel, het Best Western, hanteerde prijzen waar we ons niet in konden vinden. Ondanks dat Ansberg een residentieslot heeft, wat zeker een bezoek waard zou zijn geweest, vonden we het ook een lelijke drukke stad (veel opbrekingen, waardoor het aanbevolen hotel niet bereikbaar was) en daarom wilden we daar weer zo snel mogelijk weg. Ook in het verdere verloop van de route vonden we geen geschikt onderkomen (Gasthausen en Privatzimmer daar gelaten) en besloten we door te rijden naar Neurenberg/Fürth. Overnacht in het Mercure hotel in Fürth.

De vierde dag hebben we ongeveer 150 km. gereden.De route voerde ons vanuit Fürth richting Bamberg. Neurenberg hebben we rechts (links) laten liggen, hoewel de stadsmuren zeker een bezoek waard zijn (we waren er enige malen en we zouden nu toch de steden vermijden). Evengoed, voor mensen met interesse voor geschiedenis is een bezoek aan het voormalige stadion uit de nazitijd ook beslist een aanrader. De emoties moeten daarbij wel even geparkeerd worden want het voelt macaber aan om op dezelfde plek te staan waar vanaf Hitler zijn urenlange toespraken hield. Wij zochten de ‘Burgenstrasse’ (met behulp van onze navigatie weer op). Het was even zoeken om vanuit een grote stad weer op de route te komen, maar eenmaal in de goede richting,… wat was het een schitterende route, mogelijk zelfs de mooiste van de hele reis. Onze reis voerde ons door de Fränkische Schweiz, een schitterend natuurgebied vol kleine, onbedorven, dorpjes met indrukwekkende burchten, veelal hoog op een berg, die soms al van verre te zien zijn. In het eerste stadje Forchheim, zochten we naar het prins bisschoppelijk slot; echter bij gebrek aan bordjes en ondanks vragen, hebben we het niet gevonden. Verder dus naar de volgende plaatsen op de route zoals die op de Burgenstrasse-kaart zijn aangegeven. We reden er op een zaterdag en opvallend veel kastelen waren in bezit genomen door bruidsparen en waren dus voor even niet toegankelijk. Op onze route vandaag reden we door het aardige plaatsje Gössweinstein waar we de grote bedevaart basiliek beslist niet konden missen al was het alleen maar omdat we met de neus van de Z achter in een echte bedevaart staken. Daar moeten we meer van weten. Navraag gaf aan dat er elke twee weken op zaterdag verschillende bedevaarten gehouden werden. Een bijzonder gezicht. Het interieur van deze prachtige basiliek is daarnaast ook zeer het bezichtigen waard. Ook hier weer een bruiloft waarbij we er getuige van waren dat de bruid door haar vader weggegeven werd. Je maakt wat mee onderweg…

Ons einddoel van vandaag was Bamberg, altijd zeer toeristisch en dus ook moeilijk om een goed hotel te vinden, in of niet te ver van de stad. (Veel hotels waren vol)Wij hebben geslapen in het ‘Romantik-Hotel Messserschmitt’, ****, op 400 meter van de historische Altstadt. Een prachtig nieuw gedeelte aan het oeroude familiehotel. Kosten vermelden we niet!!  De naam Messerschmitt, is in Nederland bekend als bommenwerper uit WO II. Het hotel waar we verbleven, bleek het ouderlijk huis van Ir Hans Messerchmidt, vliegtuig ingenieur en ontwerper van de genoemde jachtvliegtuigen. Hij is er opgegroeid.)Dat hadden wij weer…

Zondagmorgen van de vijfde dag.

Nieuwe afbeelding (1)

Vandaag zijn we onze route begonnen in Memmelsdorf, 5 km. buiten Bamberg,  op  weg naar slot Seehof, de voormalige zomerresidentie en jachtslot van de  prins-  bisschoppen van Bamberg. We waren niet de enigen. Slot Seehof, een  imposant vierkant bouwwerk met op de  hoeken vier prachtige bolvormige  torens, bleek voor de lokale bevolking een  geliefd oord voor een uitstapje te zijn.  Er werden grote indrukwekkende lunches  geserveerd voor de hele familie, opa  en oma incluis.
In de tuinen bij de fonteinen hadden zich tot onze verbazing veel mensen  geposteerd, wat was er te zien?

 

 

 

Net toen we besloten hadden maar weer eens verder te trekken begonnen alle  fonteinen tegelijk te spuiten, een schitterden gezicht. Dat deden ze naar later  bleek elk heel uur, ook weer zo’n aanrader.  De burchtenroute vervolgend kwamen we op doorreis in Rentweindorf langs het gelijknamige slot, nog steeds privébezit, van de familie Rotenhan, die er ook woonde. Vanaf de weg even een fotootje gemaakt. In het volgende Ebern zochten we naar slot Eyrichshof ook weer van dezelfde familie. Deze bleek zich enkele kilometers verder buiten het dorp op de route te bevinden (dus doorrijden!). Ook weer een indrukwekkend slot waar alleen de buitenkant en de binnenhof te bezichtigen waren.Het leek een dorpje op zich.

Volgens de route aanduiding zou het volgende slot, burcht Lichtenstein, zich in Pfarrweisach moeten bevinden. Dat bleek aldaar aangekomen, niet te kloppen. Burcht Lichtenstein bleek zich in een 3 km. in de bossen gelegen gelijknamig dorpje Lichtenstein te bevinden. Hiervoor de lokale bordjes te volgen. We hebben de burcht met de oude ruïne gevonden, maar we hadden ook zonder gekund. Niet de moeite van het omrijden waard, Burg Altenstein, volgens de beschrijving in Maroldweisach, bleek een zelfde puzzel. Niet in het dorp maar hoog op een heuvel waar de lokale borden ‘Burg Altenstein’ de enige goede richting aangeven. Omdat het een ruïne is hebben we deze gelaten voor wat het is, tenslotte je hoeft niet alles gezien te hebben. Pas op voor ‘burchtenneurose”.

Sesslach, het middeleeuwse volgende dorp in de route, wilden we niet missen. Het schitterend bewaard gebleven sluimerende dorpje, waar de tijd stil was blijven staan, bleek een aardige plaats voor een lunch op de rommelige binnenplaats van een voormalige boerderij, annex kasteeltje.       Het echte kasteel, slot Geyersberg, ligt hoog boven het dorp op een berg. Mogelijk wordt deze op een later moment nog in de route opgenomen. Wij hadden even genoeg gezien. In Sesslach hebben we voor die dag de burchtenroute afgesloten. Het was erg warm en we hadden er al weer ongeveer 100 km. op zitten. Langs een snelle route weer terug naar Bamberg, waar we die nacht nog weer zullen slapen.

Dan draaien we het laatste stuk van de route om en rijden we in omgekeerde richting, tevens richting het westen. Morgen via een snelle route dus eerst naar Cheb, in Tsjechië, ‘ons eindpunt’ van deze ‘Burgenstrasse’. Dat betekende dat we van de oorspronkelijke route afgeweken zijn en het voor ons verste punt eerst genomen hebben alvorens naar Bayreuth en Coburg te gaan.

De zesde dag, vanochtend vertrokken uit Bamberg en op weg naar Cheb. Zouden we de Burgenstrasse tot Praag gevolgd hebben dan had Cheb, met haar burcht, op de route gelegen. Om nostalgische reden gingen we er naar toe. Ik was er 10 jaar geleden al eens en was daar zijnde, onder de indruk van het prachtige onbedorven marktplein. De tijd was er en is er ook nu nog steeds stil blijven staan. Dus nog eenmaal naar Cheb, de eerste plaats net over de grens in Tsjechië. Tussen Bamberg en Cheb liggen geen burchten dus even via de snelste route gereden. Dat betekende ook een stukje Autobahn om daarna over de 303 door het Fichtelgebergte te rijden. Waar vroeger nog de douane met imponerend gedrag hun macht uitoefenden konden we nu ongestoord Tsjechië inrijden. De oude lege douanegebouwen maakten een macabere indruk.

In mijn herinnering was er de Vietnamese markt, ontstaan door een populatie van ooit Vietnamese bootvluchtelingen die hier een eigen gemeenschap opgebouwd hebben. Op een braak stuk terrein werd toen oogluikend toegestaan dat ze er hun eigen economie opbouwden.

Destijds met een wirwar aan tentjes met uiterst vriendelijke maar o zo opdringerige Vietnamezen. Nu stonden er eenvoudige, gebouwde, markthallen. De markt staat bekend onder de naam: DRAGOUN Bazar. Ze ademt nog steeds dezelfde sfeer uit. Een bezoek aan deze markt waar alle in Azië gemaakte grote – maar nep-merken – aangeboden worden, is aardig om te doen. Wees er wel op verdacht dat je als ‘vlooien’ besprongen wordt en er aan je getrokken wordt; dus wie daar tegen kan, beleeft een klein avontuur. Houdt in alle opzichten de hand op de knip, en vooral veel afdingen, ze weten niet beter.

De burcht van Cheb, genoemd in het Burgenstrasse programma, in het centrum van Cheb, stelde niet zo veel voor. Ons inziens is dat de lange reis heen er terug niet waard. Omdat er geen alternatieve route terug is dus weer over de 303. Onderweg passeerden we het plaatsje Schirnding waar het beroemde Artzberg porselein aan de fabriek te bezichtigen is.

Weer terug op de route nu naar Bayreuth, naar de Eremitage (wordt in de stad goed aangegeven). Een schitterend buitenverblijf met een bijzondere architectuur, gebouwd in opdracht van het markgravenpaar Frederik de Grote en zijn vrouw Wilhelmina. We hebben het Altes Schloss, ook in Bayreuth gelaten voor wat het is en gekozen voor dit bijzondere buitenverblijf. Hier genoten van de prachtige ambiance, met spuitende fonteinen en de mysterieuze Drakengrot, beslist een aanrader, deze mag u niet missen

Nieuwe afbeelding (3)

Helaas was het wereldberoemde Festspielhaus van de componist Wagner gesloten, maar als de mogelijkheid er is, is ook dit een aanrader. Dat wist in zijn tijd ook al (lees de geschiedenis).  We hebben deze dag ongeveer 200 km. gereden. Onze reis voerde ons vervolgens naar Kulmbach.   We sliepen in Kulmbach in het ACHAD hotel, wederom prima.

De zevende dag.Kulmbach, een aardige niet al te groot stadje heeft één van Duitslands mooiste vestingencomplexen.

Nieuwe afbeelding (4)

 

De vesting Plassenburg, eigendom van het geslacht  Hohenzollern, torent hoog  boven de stad uit en is vanuit  het centrum voor de allersterkste wandelaars te  bereiken. Wij verkozen de gemakkelijkste weg en reden met de Z tot naast de hoge muur.Vandaaruit was het nog een paar hellingen naar de  schitterende binnenplaats,  weer zo’n aanrader! In het museum met de  grote collectie tinnen soldaatjes zijn we niet geweest, het  was nog gesloten.

 

 

 

Onze tocht voerde ons vervolgens naar Coburg, in het rijke bezit van één vesting en drie burchten. We kozen voor de vesting, ver boven de stad en we verheugden ons op een bezichtiging. Dat viel tegen. Door de zeer beperkte parkeermogelijkheid, of alleen op grote afstand, zagen we geen kans deze beslist bezienswaardige vesting te bezoeken. Ondertussen maakte zich ook een ‘burchten-moeheid’ van ons meester, dus hebben we deze maar ‘laten zitten’.Daarna was de chauffeur ook niet meer te verleiden om de andere drie op te zoeken, dus vervolgden we de route naar Kronach.

Het zou vandaag vestingdag worden.

Ook Kronach heeft een imposante vesting boven op de berg, hoog boven de stad. Het parkeren naast de hoge muur van de vesting was nog geen probleem; om de vesting te kunnen bekijken moesten we echter in een rondleiding mee. Daar hebben we meestal geen geduld voor en dus bleef het bij de prachtige uitzichten vanaf de vestingmuur over de stad en de wijde omgeving.

Kronach is ook weer zo’n middeleeuws dorpje en een stop op het marktplein naast de plaatselijke fontein, leverde niet alleen heerlijke koffie met gebak op, maar ook een parkeerbon, tja, op zo’n lange route mag er wat mis gaan.De volgende en voor ons laatste plaats in de Burgenstrasse was Bad Colberg-Heldburg

Bad Colberg-Heldburg zijn eigenlijke twee plaatjes waarbij het slot in Heldburg op de berg gezocht moet worden. Ondanks alle waarschuwingsborden zijn we doorgereden tot vlak onder de poort. Het slot, ooit het eigendom van de graven Von Henneberg-Scheusingen, wordt nu gerestaureerd, maar de gerestaureerde gedeelten zijn wel te bezichtigen. Uiteindelijk zal het een Duitse burchten museum worden. Een beetje macaber maar ook indrukwekkend zijn drie graftombes te zien in een klein gewelf. De middelste tombe van de zoon des huizes, gesneuveld in de Tweede Wereld oorlog met naast hem zijn moeder.

Hier eindige voor ons de ‘Burgenstrasse’.Een prachtige route met indrukwekkende vestingen voor wie van romantische burchten en middeleeuwse dorpjes en stadjes houdt.

Van veel vakwerk, van glooiende landschappen met oneindige vergezichten en een hoog gehalte aan rustige cabriowegen, waar we soms kilometers lang geen mens tegen kwamen.

De laatste nacht.We zijn door gereden naar Bad Bruckenau, om in stijl te slapen in het Dorint hotel, wat ook ooit een zomer residentie is geweest van Koning Ludwigs I (de Z-club was er ook al eens).

Onderweg waren ons wel de beschreven bruine bordjes met ‘Burgenstrasse’ opgevallen, maar helaas waren ze op cruciale punten, kruispunten, meestal niet aanwezig en moesten we het zelf maar weer uitzoeken.Het is dus niet betrouwbaar om daar op blind te varen.

Het is aan te bevelen de route te downloaden van de site www.burgenstrasse.de, maar dan is het wel even pionieren alvorens die met de juiste extensie in je TomTom of in je BMW geladen kan worden. Voor liefhebbers hebben wij de route beschikbaar met een Tyre extensie, om te zetten naar andere extensies.

De hotels die we genoemd hebben, met uitzondering van het hotel in Fürth en in Bamberg, kosten alle tussen de € 105  en € 120  incl. ontbijt per kamer, soms met WiFi en soms inclusief parkeren.

Chauffeur en routeplanner: Stienes Westerhuis Foto’s en verslag: Milly Westerhuis

Juli 2013